(Niet) niet vormen
De VELON studiedag vond ruim een week geleden plaats. Ik kijk er altijd naar uit, naar de ontmoeting met andere mensen en even weg van de alledaagse hectiek. Het thema was ‘vorming’. Deel 6 van de VELON kennisbasis gaat hierover en werd gepresenteerd. De auteurs van de kennisbasis verzorgden presentaties, en traditiegetrouw is de studiedag ook een podium voor de VELON themagroepen.

De Themagroep Samen Opleiden in de School ging onder het motto ‘met socialisatie geen innovatie’ op zoek naar ‘toekomstbehendige’ opleidingspraktijken. We hielden twee interviews met mensen uit de Themagroep, die hun opleidingspraktijk als toekomstbehendig beschouwen en gingen daarna met behulp van de werkvorm ‘binnen- en buitencirkel’ op zoek naar meer verhalen onder het in groten getale toegestroomde publiek. We eindigden met een derde interview met iemand uit het publiek. Opvallend was dat in alle drie de voorbeelden het leer- en reflectieproces van de student centraal staat: hij komt binnen met of genereert leervragen op basis van de leerresultaten waartoe hij zich moet verhouden, en vindt vervolgens onder begeleiding zijn weg in de praktijk en theorie om vorderingen te boeken.

Piet Murre liet ons tijdens zijn keynote opveren over twee stellingen: een leraar kan niet vormen en even later een leraar kan niet niet vormen. Het werd een keynote, waarin ik me bewust werd van de paradox tussen beide stellingen, die spanning én verwondering oproept. Murre onderbouwde beide stellingen met een aantal argumenten. Een leraar kan niet vormen, want wat een leraar voorbereidt en onderwijst, hoeft niet noodzakelijkerwijs tot een leerproces bij de ander te leiden. Een leraar kan niet vormen, want dat doet de lerende zélf, hij is zelf eigenaar van zijn eigen leerproces. Een leraar kan niet vormen, hij heeft daartoe het morele recht niet. Wouter Pols voegde daar later aan toe dat leerlingen al gevormd zijn als ze de school binnenkomen, ze nemen al een leerbiografie mee. Stof tot nadenken… Gelukkig kan een leraar niet niet vormen, want beïnvloeding in onderwijsleersituaties is onontkoombaar. Leerlingen pikken altijd iets op, naar aanleiding van een werkvorm, een onderwijsstijl, bepaalde woordkeuze, een pedagogische aanpak in een situatie, of de passie die een leraar voor een onderwerp uitstraalt. De paradox tussen beide stellingen leidt tot de constatering dat leraren bescheiden mogen zijn over hun mogelijkheden tot het vormen van anderen, dat ze daarin dienstbaar en intrinsiek nieuwsgierig zijn naar de ander.
Terug naar die toekomstbehendige leraar. Die gaat ook (niet) vormen, en de bewustwording daarvan is van alle tijden.